Schooltesten en CITO - toetsen
 
Wat is een LeerlingVolgSysteem?
V
anaf het moment, dat een kind de Basisschool "binnen komt", worden zijn/haar leerprestaties gevolgd met behulp van het LeerlingVolgSysteem.
Een leerlingvolgsysteem (LVS) wordt tegenwoordig ook wel genoemd: het Leerling- en OnderwijsVolgSysteem (LOVS).
Het bestaat uit een heleboel toetsen, die niet aan een bepaalde methode gebonden zijn en die goed genormeerd zijn (over de resultaten bestaan landelijke afspraken).

Voor iedere leerling worden gedurende zijn gehele Basisschoolperiode de afgenomen toetsen
en de bijbehorende resultaten opgeslagen op een computer.
Op het L(O)VS staan toetsresultaten vermeld voor vakken als: functieontwikkeling (motoriek, reken- en taalvoorwaarden), technisch en begrijpend lezen, rekenen en hoofdrekenen, spellen, et cetera.

De toetsresultaten worden uitgedrukt in Citoniveaus, Percentielen en/of DLE's (zie onder)..


Wat is een Didactische Leeftijd (DL)?
De Didactische Leeftijd (DL) is het aantal maanden, dat een kind/leerling onderwijs
heeft gevolgd vanaf Groep 3. Ieder schooljaar heeft bij deze telling 10 maanden en

het schooljaar begint in september en loopt tot juli.

Voorbeelden:

* Een kind, dat over gaat van Groep 3 naar Groep 4 heeft een DL van 10.

* Een kind, dat in januari in Groep 6 zit (en nooit is blijven zitten), heeft een DL van

Groep 3 (10 maanden) + Groep 4 (10 maanden) + Groep 5 (10 maanden) + 4 hele

maanden in Groep 6. De DL is dus 10 + 10 + 10 + 4 = 34 maanden.

* Een kind, dat net klaar is met de Basisschool, heeft een DL van 60 (mits het niet is

blijven zitten).

* Een kind Eind Groep 7, dat is gedoubleerd in Groep 5, heeft een DL van

50 + 10 (vanwege het zittenblijven = hele jaar = 10 maanden over doen) = 60.


 Wat is een Didactisch LeeftijdsEquivalent(DLE)?
De Didactische LeeftijdsEquivalent (DLE) is het niveau, waarop een gemiddelde
leerling dezelfde score haalt, als de leerling, die getest wordt. Het niveau wordt

dan uitgedrukt in het aantal maanden onderwijs.


Voorbeeld: een leerling met een didactische leeftijd van 45 (test afgenomen in Februari
Groep 7, dus DL = 45) scoort 33 op de test. De testscore 33 blijkt gemiddeld te worden

gehaald door een leerling met een DL van 20; oftewel: een leerling van Eind Groep 4 haalt

óók die score van 33 op dezelfde test.

We zeggen nu: de leerling met een DL van 45 behaalt een DLE van 20.


Nu we van de geteste leerling zowel zijn DL, als zijn DLE weten, kunnen we kijken, of er

sprake is van een leerachterstand, of een leervoorsprong. In ons geval heeft de leerling een

DL van 45 en een DLE van 20. Dit betekent, dat deze leerling op de afgenomen test

DLE - DL = 20 - 45 = -25 maanden behaalt en dat houdt in, dat de leerling voor deze

test een achterstand heeft van 25 schoolmaanden. Deze leerling loopt dus twee en een

half schooljaren achter.


Algemeen geldt, als:

. de DL en de DLE (bijna) even groot zijn: de leerling ligt op niveau.

. de DL groter is dan de DLE: de leerling heeft een achterstand.

. de DL kleiner is dan de DLE: de leerling heeft een voorsprong.

 Wat wordt bedoeld met het leerrendement?
Met het leerrendement drukken we in procenten uit, wat het leerproces bij de
leerling aan resultaat heeft opgeleverd. De formule, die we daarvoor gebruiken,

is : DLE/DL x 100%.

Een leerling met een DL van 45 en een DLE van 20 heeft dus een leerrendement
van 20/45 x 100% = 44 %.

Hier geldt logischerwijs: een score van 100% betekent "op niveau"; een score kleiner

dan 100% is een achterstand en een score groter dan 100% is een voorsprong.

 
Wat betekenen de CITO A/B/C/D/E-niveaus en I/II/III/IV/V?
Het CITO ( Centraal Instituut voor ToetsOntwikkeling) te Arnhem ontwikkelt toetsen en
examens voor alle vormen van onderwijs.

Binnen de Basisschool (maar ook binnen hogere vormen van onderwijs) drukt het CITO

de resultaten op een toets uit door middel van een zogenaamde vijfpuntsschaal, die we ook

wel de ABCDE-schaal noemen. Iedere letter geeft een bepaald resultaat aan, waarbij geldt,

dat A het hoogste niveau is en E het laagste niveau.


De verschillende niveaus hebben de volgende kwalificaties en percentielen (zie onder):

Niveau A: goed tot zeer goed (beste 25%); percentiel 76*
Niveau B: gemiddeld tot goed (volgende 25%); percentiel 51 t/m 75.

Niveau C: zwak tot gemiddeld (volgende 25%); percentiel 26 t/m 50.

Niveau D: zwak (volgende 15%); percentiel 11 t/m 25.

Niveau E: zeer zwak (laagste 10%); percentiel 0 t/m 10.

Bij leerstoornissen geldt het E-criterum: voor dyslexie betekent dit, dat een kind moet
behoren tot de 10% zwakste leerlingen op het gebied van technisch lezen en/of spelling;

voor dyscalculie houdt het in, dat een kind gemiddeld een E-niveau moet scoren op

rekentoetsen (dus behoort tot de 10% zwakste leerlingen voor wat betreft het rekenen).
De niveaus A tot en met E zijn niet gelijkmatig verdeeld: 25% (A) - 25% (B) - 25% (C) -
15% (D) -10% (E)

.

Bij de meer recente toetsen past het CITO een nieuwe normering toe. Deze nieuwe/

andere normering in de vorm van de Romeinse cijfers I tot en met V laat wél een gelijk -

matige verdeling over de niveaus zien (namelijk 20% per niveau):

Niveau I : goed (beste 20%); percentiel 81 t/m 100.
Niveau II : ruim voldoende (beste 40%); percentiel 61 t/m 80.

Niveau III : voldoende ('beste' 60%); percentiel 41 t/m 60.

Niveau IV : onvoldoende (zwakste 40%); percentiel 21 t/m 40.

Niveau V : zwak (zwakste 20%); percentiel 0 t/m 20.
* Percentiel 76 betekent: 76 % van de leerlingen scoort hetzelfde, of lager. Zie ook de uitleg bij
de vraag "Wat is een percentielscore?"

 Wat is een percentielscore?
De percentielscore zien we vaak bij toetsuitslagen, bijvoorbeeld bij de CITO -
Eindtoets Groep 8. De percentielscore is een bij een toetsscore behorend getal,

dat aangeeft, hoeveel procent van de kinderen/leerlingen de genoemde toetsscore,

of een lagere score, heeft behaald.

Kijkt u eens naar onderstaande afbeelding (bron: CITO):

We zien, dat deze leerling een Percentielscore heeft van 49 voor taal. Dit betekent, dat 49%
van de leerlingen eenzelfde score (van 75 opgaven goed) of lager heeft behaald; 51% van de leerlingen heeft méér dan 75 opgaven goed en heeft dus een betere score gehaald.