Leerlingen in de groepen 5 t/m 8 die niet naar de Erasmusklas worden verwezen.

Voor de kinderen uit de groepen 5 t/m 8 die niet naar de Erasmusklas gaan, zijn er genoeg materialen aanwezig om hen uit te dagen.
 
Vanaf groep 5 t/m 8 is het vaak gewenst om te compacten, te verdiepen en te verrijken.
 
Compacten (individueel)
Compacten is het comprimeren van de reguliere leerstof tot een zodanige omvang dat alleen nieuwe aspecten (en de daarbij minimaal inoefenstof) worden aangeboden. Een structurele opzet hiervan vraagt aanvankelijk een behoorlijke tijdsinvestering, maar gaat mee voor de duur van een methode. Bij compacten is de steun van de IB’er en de hoogbegaafdheidexpert zeer belangrijk.
 
Verdiepen
Bij verdiepen vormt de aangeboden leerstof een verdieping op onderwerpen binnen de reguliere leerstof waardoor de leerling meer kennis en vaardigheden opdoet. Deze leerstof is uitgewerkt in leermaterialen, speciaal ontwikkeld voor hoogbegaafde leerlingen. Het aanbieden van leerstof, die een uitbreiding vormt op onderwerpen of vakken, die een onderdeel uitmaken van het reguliere onderwijsaanbod van een school.
 
Verrijken
Het aanbieden van leerstof die onderwerpen of vakken behandelt, die normaal gesproken geen onderdeel uitmaken van het reguliere onderwijsaanbod. De aangeboden leerstof is een aanvulling op de kerndoelen van het basisonderwijs en gaat in op onderwerpen die géén deel uitmaken van de reguliere leerstof. Hier gebruiken we materialen die inhoudelijk interessant zijn, extra vakken of onderwerpen zoals bijvoorbeeld een talencursus. Er kan ook leerstof worden aangeboden op een hoger abstractieniveau. 
 
Voor de leerling die de leerstof aangeboden krijgen volgens de methode van compacten, verdiepen of verrijken is het van belang, dat hun werk wordt beoordeeld en besproken (reflectie). In het gesprek tussen leerkracht en leerling moet vooral de nadruk liggen op het proces dat de leerling heeft doorgemaakt en op de leerpunten die de leerling eruit heeft gehaald.
 
Doorgaande lijn
Voor elke leerling is een doorgaande ontwikkelingslijn belangrijk. Dus ook voor een hoogbegaafde leerling. Het gaat voor wat betreft verrijkingsonderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen, om drie doelen: leren denken, leren leren en leren leven. Soms gaat het om een stukje cognitieve uitdaging (leren denken), maar het kan ook gaan om het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling (leren leven) of het werken aan studie/planningsvaardigheden (leren leren). Pas als duidelijk is aan welke doelen en vaardigheden gewerkt gaat worden, kan besloten worden welke begeleidingsmaatregelen het meest passend zijn en welke materialen ingezet worden. Vervolgens wordt hieraan een tijdspad gekoppeld en wordt bepaald wie voor de begeleiding van de leerling verantwoordelijk is. Door het onderwijs af te stemmen op de individuele behoeften van de (hoog)begaafde leerling is de doorgaande lijn gegarandeerd.