Korte typering van onze school
Onze school is een school van 3primair en dat betekent dat de beginselen van openbaar onderwijs door ons in woord en daad worden uitgedragen: voor ieder kind bereikbaar en beschikbaar, actieve pluriformiteit, openheid en respect, geen discriminatie en geweld. We hebben deze uitgangspunten verwoord in onze missie en visie op bestuursniveau.
Kenmerkend voor onze school is vooral:
1: Kinderen ontwikkelen zich binnen begeleide zelfstandigheid langs doorgaande lijnen.
Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren wat zelfstandigheid is en willen ze eigenaar maken van hun eigen leerproces. Dat doen we door o.a. te werken met dagtaken en weektaken. Het doel hier van is kinderen langs een doorgaande lijn uit te dagen tot zelfredzaamheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
Bij de kleuters wordt gewerkt met taken en activiteitenbord. Waarbij voor de oudste kleuters de opdrachten per week gegeven worden en het activiteitenbord de eigen keuze mogelijk maakt.
In de groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt met dag- en weektaken.
Elke dag wordt het dagprogramma volgens het afgesproken beleid "zelfstandig werken” op een white board genoteerd. Dit geeft houvast aan de dagbesteding en biedt kinderen de mogelijkheid tot het aanleren van "plangedrag”.
We willen naar de toekomst toe aandacht besteden aan leren leren, huiswerkbegeleiding en standaard weekplanningsformulieren. Die planning zou verrijking voor de betere leerlingen, extra dagtaken, extra instructie en werkstukplanning mogelijk maken en ondersteunen.
Binnen de weektaak is er tijd voor individuele ontwikkeling en initiatief onder eigen verantwoordelijkheid van de leerling.
2: Uitgaan van verschillen levert dynamiek op
Ieder kind heeft unieke interesses en kwaliteiten, datgene waardoor hij verschilt van anderen. Daarmee geef je hem erkenning voor wie hij is, en geef je hem het gevoel dat hij meetelt. Op het moment dat je je bewust bent dat mensen ongelijk zijn, is het makkelijker hierop in te spelen.
Middels de Didactische Werkplannen geven wij voor elk individu op niveau instructie. Dat lokt bij de leerlingen eigen activiteiten uit en bevordert de nieuwsgierigheid. Wij geven leerlingen voortdurend hints en zetten ze op een spoor, zodat ze het verder zelf uit kunnen zoeken. Door die interactieve uitleg, praten we mét de leerlingen. De leerlingen worden tot mentale activiteit aangezet. Door het luisteren naar elkaar, leren de kinderen dat er verschillende aanpakken en zienswijzen mogelijk zijn. Hierdoor ontstaat ook een kritische reflectie op de eigen manier van werken.
Doordat wij instructie geven op niveau levert het voor de betere leerling de mogelijkheid op om andere en/of meer leerstof en ontwikkeling te vinden. Voor de leerling met specifieke instructiebehoefte hebben we verlengde instructie of individuele handelingsplannen. Dit samen levert dynamiek op.
3: Waardering en complimenten zijn basis voorwaarden
Onder de basisbehoefte relatie wordt verstaan dat leerlingen zich geaccepteerd weten, ze erbij horen, ze het gevoel hebben welkom te zijn, ze zich veilig voelen. Onder de basisbehoefte competentie wordt verstaan dat leerlingen ontdekken dat ze de taken die ze moeten doen, aan kunnen; dat ze ontdekken dat ze steeds meer aankunnen. Onder de basisbehoefte autonomie wordt verstaan dat ze weten dat ze (in elk geval voor een deel) hun leergedrag zelf kunnen sturen. Deze drie basisbehoeften samen bepalen ons pedagogisch klimaat. Voor de leerkracht in onze organisatie betekent dit dat hij zijn gedrag afstemt op deze basisbehoeften. Dat geldt zowel voor ons didactisch en organisatorisch handelen als voor ons pedagogisch optreden. Op die manier wordt ons onderwijs vormgegeven waarin leerlingen gemotiveerd zijn om aan het werk te gaan en waarvan ze uiteindelijk optimaal profiteren. We bouwen met leerlingen en ouders een vertrouwensband op en maken duidelijk dat ouders en school een gezamenlijk doel hebben, het beste voor het kind.
Wij versterken de relatie van leerlingen met de andere leerlingen of de leerkracht als een leerling invloed heeft op de manier waarop er met hem of haar wordt omgegaan;
• Leren wordt betekenisvoller voor een leerling als deze invloed heeft op wat er wordt geleerd en hoe er wordt geleerd, waardoor zijn gevoel van competentie toeneemt;
• Wanneer een leerling zich betrokken weet bij belangrijke thema's in de eigen leer- en leefomgeving, versterkt dat de autonomie en daarmee de eigenwaarde van de leerling.
4: Denken in kansen i.p.v. belemmeringen
Onze focus ligt op wat een kind al wel kan en dat waarderen we nadrukkelijk met als doel dat het zelfvertrouwen groeit. Door daarna het kind zelf te laten nadenken over wat het eerst volgende kleine stapje zal zijn om dichterbij het doel (= het oplossen van een probleem) te komen, activeren we het kind en zadel je het niet op met een wellicht onmogelijke opdracht .
Als leerkracht kun je je energie besteden aan het stellen van de juiste vragen aan het kind; hij kan zich concentreren op de interactie en het proces met het kind.
De uitgangspunten zijn simpel:
1. Als iets niet kapot is, repareer het dan niet.
2. Stop met wat niet werkt, en doe iets anders
3. Doe meer van wat wel werkt
4. Leer van en aan anderen wat werkt.
Met als doelen:
1. Genereren van hoop op verandering
2. Respectvolle/authentieke aandacht
3. Geef de ander het gevoel dat hij/zij begrepen wordt.
Uitgangspunt is daarnaast dat de interactie de motor is van elke verandering.
5.Samen voor hetzelfde doel gaan
Wij (het team) dienen samen met ouders en alle betrokken instanties een gezamenlijk doel: het belang van het kind. In elk gesprek of overleg is dit ons uitgangspunt. Onder het motto "samen sta je sterker” geven we hier vorm aan en zoeken steeds naar nieuwe wegen om zo optimaal mogelijk in de pedagogische en didactische behoefte van ieder kind te voorzien.
6.Onderwijsinhoudelijke dialoog aangaan en uitvoeren
Praten over onderwijsinhoud gebeurt bij ons in elke laag van de organisatie. Of het nu de kinderraad, de MR of het team betreft; praten over hoe, wat, waar, wanneer, waarom, wie enz. is essentieel. Dit leidt ertoe dat wij "zeggen wat we doen en doen wat we zeggen”. Elkaar aanspreken op afspraken is een logisch gevolg. Wij vinden het belangrijk om naar kinderen en ouders een voorbeeld te zijn in een respectvolle benadering.
7.Nemen van je verantwoordelijkheid
Als we spreken over het nemen van verantwoordelijkheid dan bedoelen we de grondhouding die wij uitdragen. Niemand anders, dan jijzelf, is verantwoordelijk voor hetgeen je doet. Wij zien het als taak om kinderen hierin te begeleiden, stimuleren, uitdagen en ontplooien.
Dit komt terug in onze werkwijze met dag- en weektaken en daarnaast besteden we er aandacht aan middels observaties en bijbehorende groepsplannen m.b.v. het OVM.
(Dit is een OntwikkelingsVolgModel; hierin houden we individueel en per groep bij waar kinderen en/of een groep zich bevindt op sociaal en emotioneel gebied)
De leerkrachten zijn primair verantwoordelijk voor het totale gebeuren binnen hun groep. De Intern begeleiders hebben de verantwoordelijkheid voor de zorg binnen de school en de ondersteuning aan de leerkrachten op het gebied van zorg. De locatieleiders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en de aansturing van hun locatie. De directeur is verantwoordelijk voor het strategisch beleid en draagt de eindverantwoordelijkheid. Met elkaar zijn we verantwoordelijk voor De Draaimolen.
8.Veiligheid/vertrouwen/respect tonen, geven en gunnen
Zonder respect geen vertrouwen en zonder vertrouwen geen respect. Op school hechten we grote waarde aan het hebben van respect voor elkaar, voor de materialen en voor de omgeving. Dit hebben wij heel eenvoudig samengevat in 3 kapstokregels welke in elke groep aanwezig zijn op een poster en regelmatig besproken worden met de kinderen. Want je kunt pas respectvol handelen als je weet wat het is, wat je er voor moet doen en wat de ander jou moet geven om het te kunnen doen.
De kinderraad (aanwezig op beide locaties) vergadert regelmatig over alle zaken op school, waaronder de omgang met elkaar.
Bij onderlinge ruzies motiveren, ondersteunen en begeleiden wij de kinderen om proactief en oplossingsgericht te handelen. Dit ondersteunen wij met het "No Blame” principe. Dit betreft een aanpak die je inzet om escalaties tussen leerlingen te voorkomen en daarnaast stimuleert het kinderen om respect te tonen voor een medeleerling. We zetten sociaal "sterke” leerlingen in om hierin een voorbeeldfunctie te vervullen. Zo wordt tegelijkertijd deze leerling beter in waar hij al goed in was en dit werkt als een inktvlek op een groepsproces.
Wanneer leerlingen vertrouwen hebben in elkaar en in de school en vooral in zichzelf, zullen ze zich veiliger voelen waardoor ze in staat zijn respectvoller te (leren) handelen.
Een veilige schoolomgeving, in de breedste zin van het woord, is het fundament van een school. Veiligheid komt terug in ons pedagogisch- en didactisch handelen maar ook in ons calamiteitenplan.

